Het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) versie 1-7-2025 t/m heden
17
Manoeuvreerbaarheid van schepen en samenstellen
a.
De vaarwegen, bedoeld in artikel 9.06, eerste lid, zijn:
1.
het Hartelkanaal;
2.
de Nieuwe Maas;
3.
de Oude Maas;
4.
de Dordtse Kil;
5.
het Hollandsch Diep;
6.
de Nieuwe Merwede;
7.
de Beneden-Merwede;
8.
de Boven-Merwede;
9.
de Amer.
b.
De vaarwegen, bedoeld in artikel 9.06, derde lid, zijn:
1.
de Schelde-Rijnverbinding;
2.
het Kanaal door Zuid-Beveland;
3.
het Veerse Meer;
4.
het Brabantsche Vaarwater;
5.
de Witte Tonnen Vlije;
6.
het Afgesloten-IJ;
7.
het Buiten-IJ.
c.
De vaarwegen, bedoeld in artikel 9.06, vierde lid, zijn:
1.
de Twenthekanalen;
2.
het Zwolle-IJsselkanaal;
3.
het Meppelerdiep, vanaf het Zwarte Water tot aan de Kaapbrug;
4.
het Zwarte Water;
5.
het Zwolsche Diep;
6.
het Zwanendiep;
7.
het Ramsdiep;
8.
de Geldersche IJssel;
9.
het Keteldiep;
10.
het Prinses Margrietkanaal;
11.
het Van Starkenborghkanaal;
12.
het Eemskanaal.
d.
De vaarwegen, bedoeld in artikel 9.06, vijfde lid, zijn:
1.
de Maas, tussen km 67,7 en km 226,50;
2.
het Julianakanaal, tussen km 34,2 en km 36,6;
3.
het Maas-Waalkanaal, tussen de aansluiting aan de Maas en de sluis te Weurt.
e.
De vaarwegen bedoeld in artikel 9.06, zesde lid, zijn:
1.
Zuid-Willemsvaart, sluis 4 tot Gekanaliseerde Dieze.
f.
De vaarwegen, bedoeld in artikel 9.06, zevende lid, zijn:
1.
Julianakanaal;
2.
Verbindingskanaal in het Bossche Veld.